Gekruid geluid
Nieuws en agenda
Verdieping en achtergrond
Didactiek en methodiek
Beleid en strategie
Begeleiding en training
Feiten en cijfers
Prikbord
Adressen en links
Colofon



Gekruid geluid
 

       

'Lesgeven in de multiculturele school'

Ter aanvaarding van de benoeming van dr Maaike Hajer als lector 'Lesgeven in de multiculturele school' aan de Faculteit Educatieve Opleidingen van de Hogeschool van Utrecht.
3 april 2003 / Niels Stensen College in Utrecht
Door: Krishna Autar / Autar Consultancy

Krishna Autar

De docent van morgen is niet de docent van gisteren

Dames en heren,

Ik wil aan het begin van mijn verhaal de Faculteit Educatieve Opleidingen van harte geluk wensen met de instelling van het lectoraat Lesgeven in de multiculturele school. Voor zover ik heb kunnen nagaan is dit het eerste lectoraat dat uitsluitend de veranderde schoolbevolking expliciet tot onderwerp heeft.

Het werd tijd dat dat gebeurde. Het is inmiddels geen nieuws meer dat scholen in de randstad voor ruim 50% worden bevolkt door leerlingen van wie minstens één van de beide ouders niet in Nederland geboren is. De veranderende schoolpopulatie vraagt om docenten die op deze situatie goed zijn voorbereid. De praktijk leert echter dat die voorbereiding op tal van punten onvoldoende is. Als we voor het gemak even veronderstellen dat de lerarenopleidingen de studenten wel voldoende voorbereiden op lesgeven in etnisch homogene, laten we zeggen 'witte' scholen, dan stellen we daarmee tegelijk ook vast dat die studenten andere of extra docentvaardigheden dienen te verwerven om ook adequaat les te kunnen geven aan etnisch heterogene scholen.

Welke extra docentvaardigheden zijn dan wel gewenst om op etnisch-heterogene scholen goed te kunnen functioneren? Op deze scholen zijn de kinderen in velerlei opzichten verschillend van elkaar. Ze hebben verschillende culturele en talige achtergronden; hun leef- en belevingswereld kunnen verschillen. Hun ouders benadrukken andere opvoedingsdoelen dan docenten prefereren. Sommige van de ouders benadrukken de schoolprestaties, terwijl andere ouders respect voor ouderen en gehoorzaamheid veel belangrijker vinden. Er zijn ook groepen ouders die de autonomie van hun kind belangrijker vinden dan de andere opvoedingsdoelen. Thuis kan de opvoeding ook verschillen, dat wil zeggen: er zullen vaak aanzienlijke verschillen zijn in de manieren waarop ouders kinderen disciplineren.

Kortom, de kinderen in etnisch heterogene scholen brengen verschillende ervaringen en achtergronden mee, en het is langzamerhand duidelijk geworden dat die onderlinge verschillen anders en ingrijpender zijn dan de verschillen die docenten op 'witte' scholen bij hun 'witte' leerlingen waarnemen. Hoe gaan docenten om met dit gegeven? Hoe betrekken ze de verschillende achtergronden en ervaringswerelden bij de les om het maximale rendement eruit te halen? Moeten ze de verschillen benoemen als iets positiefs waar iedereen baat bij kan hebben, praten ze erover als een zware belasting, of leggen ze juist het accent op de overeenkomsten tussen de verschillende ervaringen?

En er zijn daar nog talloze andere, diepergravende vragen bij te stellen. Allemaal vragen die om antwoorden vragen. Er is niets op tegen als uit die antwoorden grote verschillen tussen scholen of binnen docententeams blijken. Ik heb zelf geen fobie voor cultuurverschillen en ik geloof dat niemand iets opschiet met zo'n fobie. Cultuurverschillen bestaan hoe dan ook, fobie of niet, ook tussen scholen en tussen individuele docenten. Het zou wel goed zijn als die vragen 'ns een keertje gesteld werden, in scholen, onder docenten, en zeker ook op lerarenopleidingen, door docenten onderling, door studenten onderling en zeker ook door studenten aan docenten.

Een ander punt dat ik onder uw aandacht wil brengen is de rol van ouders. Voor mij spelen ouders een onmiskenbare rol bij de schoolloopbaan van hun kinderen. Wie heeft u leren praten, lopen, fietsen, tafelen, groeten, en al die andere dingen bijgebracht die onmisbaar zijn om in de samenleving en dus ook in de school te kunnen functioneren? Ik hoor u al zeggen: ouders.

Ouders hebben dus niet alleen een zorgtaak maar zorgen ook ervoor dat kinderen voorbereid worden op het schoolse leren. Dat staat als een paal boven water, maar toch worden ouders genegeerd door beleidmakers, wetenschappers, opleiders, schoolbesturen en scholen. Leraren worden niet of nauwelijks voorbereid op communiceren en samenwerken met ouders. Dat is heel merkwaardig omdat zij een van de drie partijen zijn die betrokken zijn bij het dagelijks onderwijs: leerlingen, leraren en ouders.

Scholen signaleren dat ze veel ouders niet goed kunnen bereiken. Als je ze niet kunt bereiken dan kom je ook niet tot samenwerken. Opleidingen doen er goed aan om structureel in het programma aandacht te besteden aan de relatie school en ouders, waarbij vier vragen centraal dienen te staan:

  • hoe kun je ouders bereiken?
  • wat ga je met ouders doen als je ze bereikt hebt en
  • hoe ga je de relatie met ouders onderhouden en voortzetten?
  • wat wil je hiermee bereiken?

Docenten hebben daarvoor aanvullende kennis en vaardigheden nodig, èn vooral een andere houding. Leraren moeten accepteren, dat ouders al ongelooflijk veel en ongelooflijk goed werk hebben verricht als een kind bij een leerkracht in de klas terecht komt. Ik denk niet dat ouders daar erkenning of dankbaarheid voor willen; maar ouders willen in ieder geval niet dat het werk dat zij met hun kind verricht hebben en trouwens nog verrichten, gebagatelliseerd of genegeerd, of nog erger, ondermijnd wordt. Ouders willen serieus genomen worden. Ze zijn de eerste en belangrijkste onderwijzers van hun kinderen. Tevens willen ze dat leraren hun kostbaarste bezit niet alleen zien als een dubbeltje dat nooit kwartje zal worden, zoals helaas nog steeds ontelbare leerkrachten de zogenaamde allochtone leerlingen zien.

Interessant is het ook eens te kijken naar tijd die kinderen op school en thuis doorbrengen. Een goede rekensom leert dat kinderen in de leerplichtige leeftijd voor slechts 12 à 13 procent van de tijd op school zitten. De rest van de tijd zijn ze thuis of buiten, vaak onder leeftijdgenoten zonder direct toezicht of sturing van een volwassene. Het is vanzelfsprekend dat die kinderen daar ook leren. Dat zijn dan wellicht zaken die niet in het reguliere curriculum van het funderend onderwijs zijn opgenomen, maar misschien moeten we daar dan over zeggen dat dat spijtig genoeg is. Kinderen leren buiten de school heel veel vaardigheden en kwaliteiten die voor hun toekomst van belang zijn en die ze op school zelden bijgebracht worden, of zelfs: die ze op school afgeleerd worden: volharding, saamhorigheid, initiatief nemen, zelfstandigheid, creativiteit, dingen durven, enzovoort.

Er zijn dus drie aspecten in het beroep van de leraar die in de multiculturele school van belang zijn: de verschillen tussen leerlingen, de rol en de inbreng van ouders, het bereik van het leren op school in relatie tot het leren buiten school. Het zal u opvallen dat die drie aspecten eigenlijk helemaal niets uitzonderlijks zijn in het beroep van een leraar op elke school.

Om mijn verhaal levendig te maken zal ik in het vervolg het verdere verloop ervan illustreren met enkele voorbeelden. Daarbij moet u zich voortdurend afvragen hoe docenten hiermee om zouden moeten gaan. Als u nog tijd overhoudt bij het denken daarover, zou u zich kunnen afvragen in hoeverre deze praktijkvoorbeelden wezenlijk verschillend zouden zijn als ze zich zouden afspelen in een volledig 'wit' milieu.

Voorbeeld 1

Een docent wiskunde uit Brabant komt te werken in Den Haag op een brede scholengemeenschap. Hij is mondeling en schriftelijk uitgenodigd op een feest van een hindoestaanse leerling. Op de uitnodiging stond dat het feestje om 19.00 uur zal beginnen, in een partycentrum. Hij besluit om naar het feestje te gaan. Hij dacht zo kom ik in contact met de familie van de leerling en word ik in de gelegenheid gesteld kennis te maken met andere culturele gebruiken. Met zijn beste pak aan is hij om stipt zeven uur bij het partycentrum. De zaal is mooi versierd maar tot zijn verbazing ontdekt hij dat niemand van de familie aanwezig is in de zaal, ook de leerling niet. Hij kijkt nogmaals op de uitnodigingskaart. Daar staat dat het feestje begint om 19.00 uur en duurt tot 02.00 uur. Hij besluit toch maar te wachten. De eerste gasten kwamen pas om 21.00 uur.

Wat ging hier mis? Was de docent goed voorbereid op de wijze waarop deze mensen omgaan met tijd? Heeft hij zich van te voren georiënteerd op de gebruiken van de familie? Als hij dat had gedaan, dan had hij zich zeker gerealiseerd dat Europeanen ooit de klok hebben uitgevonden maar de rest van de wereld heeft de tijd.

Voorbeeld 2

Een Antilliaanse familie woont sinds een jaar in Nederland. De ouders zijn goed opgeleid. Ze plaatsen hun kind op een school in de buurt. De ouders constateren dat het kind niet goed kan meekomen op school. De moeder wijt het aan de softe aanpak van de leraren in Nederland. Ze brengt de leerling naar een strenge school waar de leerlingen harder moeten werken en veel huiswerk krijgen. Het kind blijkt daar ineens goede leerresultaten te halen.

Wat is hier aan de hand? Voor elke school is dit een dilemma. Houd je je aan je eigen pedagogisch concept of ga je de didactische en pedagogische aanpak afstemmen op de wensen van de ouders? Leraren worden dagelijks met zulke dilemma’s geconfronteerd en ze weten niet hoe ze hiermee om moeten gaan

Voorbeeld 3

Een Turkse jongen in de bovenbouw van het basisonderwijs wil niet naast een meisje zitten. Hij wil ook niet samenwerken met meisjes in de klas. De juf vraagt aan hem waarom hij niet naast Johanna wil zitten. Hij antwoordt dat dat niet mag van zijn vader. De juf besluit op huisbezoek te gaan. Zij wordt door de ouders hartelijk verwelkomd met eten en drinken. Tijdens het gesprek komt zij erachter dat de ouders andere opvattingen hebben over opvoeding van meisjes en jongens dan zij zelf heeft. Ze heeft de ouders kunnen inlichten hoe de school denkt over de opvoeding van jongens en meisjes. Na een lang gesprek zijn de ouders uiteindelijk ervan overtuigd dat de opvoeding op school ook goed is voor de toekomst van Murat.

Wat heeft deze leerkracht meer in huis dan andere leerkrachten? Interesse in andere culturen, overtuigingskracht en een dosis open houding hebben de schooljuf waarschijnlijk geholpen de pedagogische werelden tot elkaar te brengen.

Dames en heren

Tot slot. Moet de docent van morgen aan hetzelfde profiel voldoen als de docent van gisteren? Wat ontbreekt bij de docent van gisteren? Zijn de eisen aan docenten in een multiculturele school niet wezenlijk de eisen die aan goede docenten gesteld moeten worden. En waar komen die eisen vandaan? Ik hoop dat in de komende tijd het lectoraat Lesgeven in de multiculturele school een antwoord heeft op al deze vragen. Ik geef daarom nu het woord aan Maaike Hajer om ons daar haar visie op te geven.

Krishna Autar

 

Meer columns