 |
Mohammed Benzakour |
Heel lang, te lang is in Nederland de multiculturele samenleving
blijven steken bij buitenlandse folklore, bij kledingdracht
& zang van andere culturen, en met name de eetgewoonten
vond men spannend, de uitheemse eetgewoonten. Heel lang
ging het bij multiculturaliteit nadrukkelijk om de gastronomie
van verre landen, je zou kunnen zeggen dat de grenzen van
de multiculturele samenleving samenvielen met de grenslijnen
van de keukenruimte. Zodat alles wat riekte naar multi-
of intercultureel meteen de associatie opriep van luidruchtige
feestjes vol couscous en muntthee, recepties met roti, jubilea
met Turkse rijst en baklava.
Als iets georganiseerd werd wat verband hield met allochtonen,
of als een conferentie werd belegd wat handelde over zoiets
als diversiteit als kwaliteit, dan was je als organisator
al een heel eind op weg als de deelnemers tijdens en na
afloop getrakteerd konden worden op kleurrijke exotische
hapjes en drankjes. En natuurlijk, het kwam iedereen wel
goed uit, dit allochtoon gekokkerel, want de crux van multiculturaliteit
is uiterst complex en de facto een sociologische of liever
een filosofische aangelegenheid. De keuken bood daarom een
makkelijke en aangename mogelijkheid om de banden op te
halen en de goede wil te tonen: we kennen ze allemaal, de
wethouders die voor de camera poseren met een broodje kipkerrie
in de hand, de ministers die op de foto wat onhandig een
bord schapenvlees verorberen, het zijn bekende en tamelijk
toegejuichte beelden. Want nog altijd geldt: de grootste
sociale vraag is de kwestie van de maag, en in het bijzonder
gold die voor de multiculturele samenleving.
En toen ik een paar weken terug de folder opgestuurd kreeg
aangaande deze conferentie over Intercultureel Onderwijs,
en ik bij het openen van de envelop onmiddellijk om de oren
werd geslagen met een menukaart waarop levensgrote sperziebonen,
bananen en rooie pepers prijkten, ja, toen zakte de moed
mij enigszins in de schoenen. 'mijn god, dacht ik toen,
houdt dit feest nou nooit op?!
Maar dat was een verkeerde indruk: de aperitiefjes, de hoofdgerechten
en nagerechten, die in de folder staan opgenomen, hebben
een andere functie dan in het recente verleden maar al te
vaak het geval was. Niettemin, een beetje verdacht blijft
het.
Maar dit alles, deze gastronomische verheerlijking van
de MS is verleden tijd. Die goede oude tijd, zou ik bijna
zeggen. Toen alles nog lekker makkelijk was, en alles lekker
smaakte en heerlijk geurde, en toen wij Marokkanen nog enige
exotische aantrekkingskracht bezaten.
Heden ten dage ligt dat anders. Er is de afgelopen tijd
teveel gebeurd om interculturaliteitsconferenties slechts
voor te stellen als iets gezelligs, als een knusse gelegenheid
om samen met z'n allen lekkere hapjes en drankjes te nuttigen.
Daarvoor is teveel gebeurd, en het Nederlandse volk, ook
intellectueel Nederland, heeft massaal zijn politiek-correcte
masker afgedaan. Ik wijs op de problematiek van lastige
Marokkaanse jongeren, die ongekend breed is uitgemeten in
de media. Het is geen taboe meer om te zeggen dat de Marokkaanse
jeugd crimineel is, waarmee de utopie van de multiculturele
samenleving op tamelijk losse schroeven is komen te staan.
Paul Scheffer deed daar een schepje bovenop met zijn Multicultureel
Drama. Zijn essay stuitte op onnoemlijk veel kritiek, maar
dat hij een smeulend maatschappelijk onbehagen verwoordde
valt niet te ontkennen.
Bovendien hebben twee affaires extra voeding en geldingskracht
aan zijn essay gegeven: ten eerste de afgelasting van het
vermeend blasfemische operastuk Aïsja, waarna meteen
de vraag rees in hoeverre allochtonen, en met name het islamitische
deel onder hen, de vrijheid van meningsuiting onderschrijft
en respecteert, evenals de vrijheid van kunst?
Vervolgens toonde Nova ons een loslippige imam, hier uit
Rotterdam, die zich niet al te coulant uitdrukte over het
homoseksuele volk van Nederland. Onmiddellijk werden de
rijen opnieuw gesloten. Moslims moeten zich aanpassen, moslims
moeten onze waarden en betekenissen aanleren, onze levensbeelden
accepteren en overnemen. Van een wederzijds proces, zoals
gebruikelijk is bij interculturalisering, namelijk: het
openstaan voor andermans beleving en wereldbeeld, daarvan
was nauwelijks nog sprake.
En voor zover daar wel sprake van was, is dat wederzijdse
proces sinds 11 september definitief in de kast opgeborgen.
Niet eerder is de multiculturele samenleving zo op de proef
gesteld, niet eerder is sprake van een vastomlijnd 'zij'
en een 'wij'. Vroeg men mij voor elf september nog op straat
of ik Arabisch, Marokkaans, of Berber ben, nu is die etnische
achtergrond irrelevant. Nu vraagt men mij of ik moslim ben
of een niet-moslim. Dat is de realiteit van nu.
Maar gelukkig kent elke medaille een zonnezijde en een
schaduwzijde. Of zoals in de terminologie van Johan Cruijff:
"elk nadeel heb z'n voordeel."
Er is namelijk ook een keerzijde van 11 september. Een keerzijde
waar intercultureel Nederland zijn voordeel uit kan halen,
uit moet halen. Niet eerder dan 11 september is de drang
naar kennis en informatie over de islamitische religie &
cultuur zo groot geweest. In Nederlands vertaalde korans
vliegen als puddingbroodjes over de toonbank. Over de islamitische
cultuur & religie zijn in de afgelopen twee maanden
in de week- en dagbladen meer artikelen en beschouwingen
verschenen als in de hele afgelopen halve eeuw bij elkaar.
De actualiteitenrubrieken op de teevee beginnen standaard
met reportages uit islamitische landen. Iedere Nederlander
begint al een aardig woordje Arabisch te spreken (Jihad,
Al Qa'ida, Halal) en op het World Wide Web barst het van
de theologische en ethische discussies, waarin men van gedachte
wisselt over identiteit, integratie, de zin en onzin van
assimilatie, betekenissen van tradities, de waarde van religie
in een geseculariseerde samenleving etc. etc.
Het is cynisch, maar in zeker opzicht kun je stellen dat
de noodzaak van interculturalisering vanuit onverwachtse
hoek een duwtje in de rug heeft gekregen, namelijk: drie
boeings die zich in drie gebouwen doorboorden. Ver weg,
in Washington en New York.
Dit brengt mij op het onderwerp van vandaag. Het interculturaliseren
van het onderwijs.
Interculturaliseren betekent voor mij niets meer en niets
minder dan het uitwisselen van informatie met betrekking
tot elkaars geschiedenis en wereldbeelden, teneinde misverstanden,
onduidelijkheden en wrijvingen te verhelpen.
Gelet op de sfeer in de maatschappij, gelet op het klimaat
in de politiek, gelet op de álgehele stemming is
de noodzaak van interculturalisering van het onderwijs nú
groter dan ooit. De roep om kennis en kunde van andere,
met name islamitische en Arabischverwante culturen klinkt
thans luider dan ooit. Dat bijv. Nederland samen met Frankrijk
nog steeds de enige twee landen zijn van Europa die niet
de wettelijke plicht kennen van kennis van de islam en andere
wereldgodsdiensten op middelbare scholen is niet iets om
trots op te zijn.
Laat men dus daarom vandaag met dit mooie symposium een
vruchtbare start maken om in die kennisbehoefte tegemoet
te komen. Men moet het ijzer smeden wanneer het heet is.
En dat vandaag ervoor gekozen is om dit symposium te houden
in een hotel dat de naam 'New York' draagt, kan niet geheel
toevallig zijn.