Gekruid geluid
Nieuws en agenda
Verdieping en achtergrond
Didactiek en methodiek
Beleid en strategie
Begeleiding en training
Feiten en cijfers
Prikbord
Adressen en links
Colofon



Gekruid geluid
 

       
Interculturail
Judith de Beer, werkzaam bij ROC Zadkine - Landelijk Sectorcontactpersoon ICO BVE

Judith de Beer

Een werkafspraak op de burelen van de Anne Frank Stichting in Amsterdam geeft mij de gelegenheid om daar de nieuwe expositie "Grensgevallen" in het Anne Frank huis te bekijken.

De bezoeker van deze expositie, of eigenlijk meer deze 'opstelling’, wordt voor keuzes gesteld, ik mag wel zeggen dilemma's. Bijvoorbeeld, kiezen tussen a: vrijheid van meningsuiting en dus vormen van racistische uitingen tolereren, en b: de vrijheid van meningsuiting beperken, daarmee racistische uitingen beperkend, maar gevaren voor de grondslag van de democratie aanvaarden.

De bezoeker wordt geacht te kiezen tussen het één of het ander. Er zijn geen nuances. Twee knopjes op de mooi vormgegeven stemzuil. Je bent vóór of tegen. Bij een aantal vragen weet ik niet te kiezen. Vragen oproepen doet de expositie zeker, stel ik op de terugweg naar station vast. Wat doen leerlingen / studenten met deze dilemma's? Zijn het voor hen dilemma’s? Wil deze expositie duidelijk maken dat ja / nee antwoorden op de voorgelegde vragen soms niet te beantwoorden zijn?

Perron 14 van Amsterdam Centraal, ik wacht op de trein van Amsterdam naar Rotterdam. Reisje randstad. Volle trein. Alle plaatsen bezet, en in het gangpad hier en daar een op tas en koffer zittende Schipholganger. We vertrekken op tijd, en worden met z’n allen in die volle wagon getrakteerd op het betoog van een voormalig gymnasiumdocent, zo meldt hij, met een stem die geen microfoon nodig heeft. De docent vertelt aan de passagier tegenover hem over zijn kleinzoon die opgroeit in Spanje en tweetalig wordt opgevoed, over hoe prachtig het is meertalig te zijn, en hoe je daar natuurlijk wel moeite voor moet doen.

Hij eindigt met minder genuanceerde opmerkingen over migranten in Nederland die zich taal en cultuur 'dit land' maar niet eigen willen maken. Dit land, zo vervolgt hij, dat dan wel van oudsher calvinistisch is, maar ook veel, veel en veel te tolerant. Er moeten grenzen aan de tolerantie worden gesteld! En ze moeten ophouden met "projecten" opzetten voor het een en ander, voor zus en voor zo, want daar wordt hij misslijk van.

In deze trein van Amsterdam naar Rotterdam op een dinsdagmiddag in oktober melden zich spontaan diverse reizigers die willen reageren. Een man (ik hoor hem, maar ik zie hem niet, omdat hij vele plaatsen verder zit) stelt dat hij net zo min hoeft te verklaren dat hij een hoogopgeleide taalvaardige Marokkaanse Nederlander is als de docent zijn gymnasiumcarrière hoeft toe te lichten, maar dat calvinisme in cultuur- historisch perspectief enz. nog wel eens heel vergelijkbaar zou kunnen zijn met enz. Een sterk betoog. "U wordt misschien misselijk van projecten, maar vele anderen, die u niet kent, maar ik wel, krijgen er kansen door", besluit hij.

"Ah, u bent buitenlander en u kent de Nederlandse cultuur," zucht de docent blij verrast. Een bij station Schiphol ingestapte stewardess (een trolley met labels naast zich waarop "crew" vermeld staat) meldt, tussen haar gsm- gesprekken over mogelijk ontslag van haarzelf en haar collega's door, dat ze een Indonesische Nederlander is en zich afvraagt waar het kennen van een cultuur als paspoort naar de samenleving, eindigt en indeling op kleur begint. "En trouwens," voegt ze toe, "zonder 11 september hadden we dit gesprek niet gevoerd."

De gymnasiumdocent wil reageren, maar een jonge vrouw is hem voor. Hoe dat dan zit met al die vele Nederlanders die hun wortels in meer culturen hebben wil ze weten. "En aan mijn Nederlands mankeert ook al niets." "Misschien een tikkeltje Rotterdams?”, vraag ik. “Echt wel", antwoord ze met een glimlach.

Het praten, communiceren, en interpreteren in de treincoupe doet niet onder voor een TV Lagerhuis discussie. Het verloop is geordend, fatsoenlijk en beheerst. Nuances worden kundig uiteengezet. Hier en daar ontwikkelen zich kleinere discussiegroepjes.

De docent zit er inmiddels een beetje stil en verbijsterd bij. Hij glimlacht nog wel. Misschien bezint hij zich, op grenzen, op generalisaties, op voor hem onbekende gebieden. Misschien moet hij naar de expositie in het Anne Frank huis om het belang van diversiteit en nuances te ontdekken.

"Als we nou gewoon allemaal doorrijden tot Vlissingen, dan kunnen we deze discussie afmaken" oppert een bij het raam gezeten oudere dame. In Rotterdam nemen de treinreizigers toch afscheid van de meeste sprekers. Er wordt gegroet.

De gymnasium docent blijft zitten. Hij moet naar Vlissingen. "We zijn geloof ik in Dordrecht”, licht hij zijn medepassagier toe. Rotterdam, Dordrecht, waar en waarom leg je de grens.

Non Fictie. Interculturail in oktober 2001.

Judith de Beer