Gekruid geluid
Nieuws en agenda
Verdieping en achtergrond
Didactiek en methodiek
Beleid en strategie
Begeleiding en training
Feiten en cijfers
Prikbord
Adressen en links
Colofon



Gekruid geluid
 

       

Een gesprek

Eeefje Pleij

‘Theo van Gogh vermoord door een Marokkaan, moskeeën worden in brand gestoken, een bom ontploft in een zwarte school, half politiek Nederland wordt bedreigd.’ Ik begin bijna handigheid te krijgen in het omzeilen van deze nieuwsberichten als ik voor de klas sta. Na het verschijnen van mijn boek en de daaropvolgende bedreigingen, is de neiging om de wereld te redden enigzins afgenomen. Maar aangezien mijn wereld zich beperkt tot een klaslokaal vol met verschillende nationaliteiten, kan ik moeilijk om deze verschrikkelijke berichten heen. Kort en bondig beantwoord ik hun vragen. Geen verdere uitleg, geen weerwoord als ik een andere mening dan de mijne hoor uit de mond van een van mijn kinderen. Alleen maar gemompel.

Als een goede vriendin, die ook voor een groep staat met veel allochtone leerlingen, mij vertelt over de heftige discussies met een paar leerlingen uit haar klas, voel ik me schuldig. Wekenlang zeurt er een stemmetje in mijn hoofd: ‘Een betere wereld begint bij jezelf, hoe kan je je kinderen de wereld in sturen zonder ze te wijzen op alle valkuilen en onrechtvaardigheden die hun pad zullen kruisen?’

Ik besluit het gesprek aan te gaan. Bestaat hier een handleiding voor? Heb ik hier iets over geleerd op de P.A.B.O.? Zelfs mijn allesoplossende directeur heeft nu even geen plannetje klaar. De intern-begeleider biedt hulp aan. Hij heeft ook met de groepen zeven en acht gepraat, maar ik vind eigenlijk dat ik dit zelf moet doen. Met een trillende stem vraag ik of iedereen zijn taalboek even neerlegt als ik Mustafa de woorden ‘moskee’ en ‘brand’ hoor fluisteren tegen zijn buurman. Ik vraag of de kinderen weten wat er de laatste tijd allemaal in het nieuws besproken is. Ze weten nog meer dan ik had verwacht. De woorden ‘geitenneukers’ en ‘hij zei slechte dingen over Marokkanen’ worden meerdere malen herhaald door een paar jongens. Mijn opmerkingen worden niet gehoord en ik vraag me af of ik hier wel goed aan heb gedaan. Na een paar minuten zijn ze uitgeraasd. Er valt een stilte.

“Maar daarom mag je toch niet iemand vermoorden, dat zal Allah nooit goed vinden,” hoor ik Fatima opeens zeggen. De hele ochtend is ze stil geweest, maar nu lijkt ze zich niet meer in te kunnen houden. “Als je op het schoolplein uitgescholden wordt, mag je toch ook niet gaan slaan. Natuurlijk ben je boos, maar je kan veel beter weglopen en je schouders ophalen. Dat zegt juf ook altijd. Als iedereen gaat vechten, dan wordt het een puinhoop.”

Ongelofelijk, waarom heb ik dit niet bedacht? Ze verplaatst het gesprek naar haar eigen belevingswereld. Ik staar haar met open mond aan. Even vraag ik me af uit welk discussieprogramma dit komt, maar eigenlijk maakt het me geen moer uit. “Het gaat om respect, man,” roept Achmed door de klas. “Maar als je dat niet krijgt, ga je toch niet iemand vermoorden,” antwoordt Fatima op een rustige belerende toon. Ik ben jaloers. Wat is deze meid goed. De Tweede Kamer kan nog een hoop van haar leren!

Uiteindelijk komt de meerderheid van de klas tot de conclusie dat vrijheid van meningsuiting moeilijk is zonder iemand te kwetsen, respect voor je medemens erg belangrijk is en geweld nooit valt goed te praten. Balkenende zou trots op ons zijn.

De volgende dag geef ik een moeilijke les over verhoudingstabellen. Zoals gewoonlijk bij dit soort lessen wordt er erg veel gezucht en gekreund. Als we klaar zijn en de leerlingen mogen opruimen, roept Yavuz door de klas: “Ik vond het een ontzettend stomme les. Hij was saai en de uitleg was veel te moeilijk.” Verbaasd kijk ik in de richting van Yavuz. Normaal gesproken toont hij niet zoveel lef. “Sorry, ik vond er echt niets aan,” zegt hij met een triomfantelijk lachje rond zijn mond. Ik word boos en wil hem eens goed de les lezen over zielige kinderen in arme landen die iedere dag blij zijn dat ze naar school mogen gaan, als hij me net voor is en zegt: “Hé juf, vrijheid van meningsuiting, toch?” Ik schiet in de lach. “Maar je hebt me wel gekwetst,” daag ik hem uit. “Geweld lost niets op,” vult Yavuz adrem aan. “Nee, maar strafwerk hier wel,” zeg ik met een uitgestreken gezicht. Mopperend over de oneerlijkheid in zijn wereld, pakt Achmed zijn tafelschrift.


Meer columns