 |
Mirjam Stroetinga |
Den Haag, vrijdag 19 april 2002. Het is 11 uur als ik het
Museon binnenstap. Het HCO heeft daar een onderwijsdag georganiseerd
met als thema Intercultureel onderwijs in Den Haag. Ik wandel
langs de kraampjes, neem deel aan een aantal workshops en
het wordt me duidelijk dat er in Nederland diep nagedacht
wordt over hoe we om moeten gaan met de allochtone leerlingen
in ons onderwijs.
Aan het eind van de middag vindt er een paneldiscussie plaats
over intercultureel leren. Een docente wiskunde vertelt,
dat de methode die zij gebruikt namen als Piet en Klaas
wel heeft vervangen door Rachid en Abdul, maar dat de opgaven
verder onveranderd zijn gebleven. Zij meent dat de sommen
in het wiskundeboek zodoende nog steeds niet aansluiten
bij de leefwereld van de allochtone leerling. Wanneer haar
gevraagd wordt een voorbeeld te geven van hoe het dan wel
moet, stelt zij voor om kamelen in de sommen te verwerken.
Terwijl de discussie van de deskundigen zich voortzet,
begin ik mij af te vragen of een allochtoon kind in Den
Haag inderdaad kamelen in zijn leefwereld heeft rondlopen.
In de woonkamer misschien? Ja, je weet het niet hoor, met
dit soort kinderen.
Om het voorstel van de wiskundedocente wat beter te begrijpen
draai ik de kwestie om. Stel je voor dat je emigreert naar
een ver land. Om aan te sluiten bij de leefwereld van die
vreemde Nederlandse allochtoontjes, heeft men in dat land
heel modern besloten om de wiskundemethode aan te passen
aan onze cultuur. 'Jan heeft 3 paar klompen', vertelt de
som. 'Omdat hij Marie erg lief vindt, geeft hij haar 1 paar.
Hoeveel paar klompen heeft Jan dan nog?'
Je zou je toch rot irriteren als jouw betekenisvolle cultuur
op deze manier zou worden gereduceerd tot kul-tuur? Er is
geen Nederlander die nog op klompen loopt! Laat Jan dan
tenminste nog in een verliefde bui aan Piet een cadeau geven,
dan herkennen we nog iéts van specifiek Nederlands
gedachtegoed in deze opgave, maar een klompensom? Een Haagse
Nederlander op klompen is net zo zeldzaam als een Haagse
Marokkaan op een kameel.
Dit bedacht hebbende, hoor ik de directeur van een Haags
museum bezorgd vertellen, dat zijn museum niet aansluit
bij de leefwereld van de allochtone leerlingen in de stad.
'Zouden er in zijn museum geen kamelen te vinden zijn?',
denk ik baldadig. In de zaal wordt de kwestie serieus genomen.
Er wordt een project genoemd dat allochtone leerlingen actief
betrekt bij het museum, en de zaal buigt zich over de problematiek
van die andere leefwereld. Je begint je bijna af te vragen
hoe die allochtonen het toch volhouden, elke dag dat gependel
van Marokko naar Den Haag. En dat op een kameel!
Men schijnt vergeten te zijn, dat er achter de term 'allochtone
leerling' een gewoon Haags kind schuilgaat. Een kind dat
woont in Den Haag, dagelijks met de Haagse tram naar een
Haagse school reist, een mobiele telefoon heeft, graag spelletjes
doet op de Nintendo, en zich, net als elk ander kind in
Den Haag, druk maakt over zijn uiterlijk en zich losmaakt
van zijn ouders. En al zijn er verschillen in de uitingsvormen
daarvan, ook het allochtone kind heeft een gedegen set waarden
en normen meegekregen en probeert van daaruit zijn best
te doen voor anderen. We hebben het hier dus niet over een
andere soort. We hebben het over Haagse allochtone kinderen,
met de nadruk op kinderen. Willen wij onze musea of onze
wiskundemethodes aanpassen aan hún leefwereld, dan
kunnen wij simpelweg volstaan met een tentoonstelling over
computerspelletjes of een som over belminuten.
Om een uur of 5 zit ik in de tram terug naar huis. Zoals
het een echte Haagse tram betaamt, vormen de reizigers een
bont gezelschap van over de hele wereld. Maar vandaag valt
mij iets anders op: we zitten allemaal in deze Haagse tram,
reizen door onze Haagse straten en zijn allemaal op weg
naar ons Haagse thuis. Dit is de wereld waarin wij leven,
onze kleurrijke Haagse leefwereld. En als we ons zouden
concentreren op die overeenkomsten, in plaats van te blijven
hangen in het benoemen van de verschillen tussen allochtoon
en autochtoon, dan zouden we kunnen begrijpen dat er maar
één Haagse leefwereld is. En dat is de wereld,
waarin wij allen op onze unieke manier proberen om ons eigen
leven én dat van anderen zo prettig mogelijk vorm
te geven.
Mirjam Stroetinga