 |
|
Marjonel van Hooft
|
Het is een zonnige maar ijskoude dag in februari wanneer ik met een groep vmbo-3 leerlingen op bezoek ga in het asielzoekerscentrum
(AZC) in Hellevoetsluis. Dit bezoek vormt de afsluiting van het project ‘Zuid-Holland, verrassend bevolkt!’ waaraan deze leerlingen hebben deelgenomen en dat ik vanuit COS Rijnmond & Midden Holland heb georganiseerd. Leerlingen verdiepen zich bij dit project in het (wereldwijde) vluchtelingenvraagstuk en maken kennis met het leven van mede-burgers zoals vluchtelingen en asielzoekers, hier in Zuid-Holland en in hun land van herkomst. In deze multiculturele samenleving gaat het er wat mij betreft uiteindelijk om dat iedereen zich als wereldburger kan en wil gedragen onder het motto: denk mondiaal, handel lokaal. Maar hoe werk je daaraan in de praktijk met leerlingen? En werkt dat dan ook? Ik ben benieuwd hoe de leerlingen dit bezoek ervaren en of het nu werkelijk een, al is het maar bescheiden, bijdrage levert aan hun vorming tot wereldburgers.
Het AZC staat op slechts honderd meter afstand van de school. Toch is het vandaag de eerste keer dat de school officieel op bezoek komt bij ‘de buren’. Dat is op zich al een winstpunt! Hetgeen overigens niet wil zeggen dat de leerlingen hier nog nooit geweest zijn. Mick is bijvoorbeeld wel eens ‘per ongeluk’ op het terrein geweest toen hij meedeed aan een sponsorloop door Hellevoetsluis en later een keer expres omdat hij toen een klasgenoot had die hier in een caravan woonde. Anne is een paar keer op bezoek geweest bij een kennis die hier woonde en Judith heeft twee jaar geleden de open dag bezocht. Ik zeg dat ik het jammer vind dat er alleen tijd is voor een rondleiding met een medewerker van het AZC en niet voor een ontmoeting met bewoners. Enkele leerlingen knikken instemmend. Vorige week hebben de leerlingen in de klas het persoonlijke verhaal gehoord van een vluchtelinge uit Afghanistan en hebben haar vragen gesteld. Deze directe ontmoeting sloeg bij de meeste leerlingen heel erg aan en wordt nu toch wel gemist. Wellicht een volgende keer?
‘Ik zou helemaal gek worden daar’. Dit is de spontane reactie van één van de leerlingen wanneer we alle dertien weer buiten staan na een bijna claustrofobisch bezoek aan één van de leegstaande tweepersoonskamers. De ruimte die we hebben bezocht is ongeveer twaalf m2 groot (klein!). In principe zouden mensen hier niet langer dan anderhalf jaar moeten wonen, de praktijk op dit moment is drie tot vier jaar met uitschieters naar boven van negen jaar. Toch wordt dit centrum als een relatief luxe centrum beschouwd omdat alle kamers en caravans een eigen keuken en douche hebben en redelijk veel privacy. ‘Een vakantiehuisje is nog groter’ zegt een andere leerlinge met enige verontwaardiging in haar stem. Maar hier ben je dan ook niet op vakantie. Dit onderdeel van het bezoek maakt de meeste indruk op de leerlingen. Geen enkele leerling zou hier willen wonen maar de meeste vinden het wel interessant om hier op bezoek te zijn. ‘Het is wel leuk om dit nu eens allemaal te zien’ zo verwoordt Sandy het. Het algemene beeld dat de leerlingen hebben van asielzoekers en vluchtelingen is dat het gelukszoekers zijn die hier in luxe leven en allemaal een scooter hebben. Nu zien en voelen ze door zo’n bezoek aan bijvoorbeeld die tweepersoonskamer dat het geen luxe is. Maar ze horen ook dat niet alle asielzoekers arm zijn en dat dit voor de uiteindelijke beslissing of iemand wel of niet in ons land mag blijven er niet toe doet.
Hun beelden en (voor)oordelen, vaak gevormd op basis van wat ze horen van leeftijdsgenoten, ouders en media, zijn door dit project uiteraard niet in één klap gewijzigd. Wel is bij een aantal leerlingen merkbaar dat ze nieuwsgierig zijn en dat ze willen nadenken over zoiets moeilijks als het vluchtelingen- of vreemdelingenvraagstuk. En daar begint wereldburgerschap: met interesse tonen en kritisch nadenken.
Meer columns
|