|
In
dit boek staat de vraag centraal hoe allochtone kinderen in
ons onderwijs te benaderen.
De auteur kiest voor het kind en zijn ontwikkelingsvragen met
het oog op het toekomstige leven van dit kind in de
Nederlandse en de Vlaamse samenleving. Het kind (de leerling)
moet het, hoewel niet alleen of los van zijn huiselijke
achtergrond, zèlf maken.
Centraal in deze beschouwing staat de verbondenheid van het
kind met zijn school en met de mensen waarmee hij op school te
maken heeft. Vanuit deze verbondenheid kan
verantwoordelijkheid voor jezelf en voor anderen ontstaan. De
school heeft hierbij een bijzondere verantwoordelijkheid.
Verbondenheid is voor kinderen een goede motivatie voor leren.
Het
boek benadrukt het belang van verbondenheid als voorwaarde
voor willen leren. Deze intrinsieke motivatie is voor
allochtone en autochtone kinderen gelijk en dus een
gezamenlijk aanknopingspunt voor benadering binnen het
onderwijs. |