|
Inleiding
Rotterdam heeft geen oud
stadscentrum, als gevolg van de bombardementen. De oude
binnenstad is geheel verdwenen. Alleen op de Coolsingel staat
nog het stadhuis, het postkantoor en het politiebureau.
Juist dit gebied kenmerkte zich voor het uitbreken van de
oorlog door de hoogste bevolkingsdichtheid van Rotterdam.
Kleine straatjes, met oude dicht opeenstaande huizen, singels
en winkeltjes. In de buurt waar nu het Hiltonhotel staat,
woonden vroeger veel joodse Rotterdammers. Er was veel armoede
in het oude centrum.
Rotterdam heeft door de bombardementen veel te lijden gehad en
is daarna ook sterk veranderd. Het heeft nog vele decennia
geduurd voordat alle lege gaten in het centrum opnieuw zijn
bebouwd. Aan de Laurenskerk bijvoorbeeld is nog jarenlang
gewerkt.
Als belangrijke haven en vanwege de ligging de ideale
voorbereidingsplaats voor de aanval op Engeland, was Rotterdam
van groot militair en strategisch belang.
10 mei 1940 vielen de Duitse
troepen Nederland binnen. Mariniers en soldaten die nog maar
enkele maanden in dienst waren hielden vier dagen stand tegen
de grote overmacht van het Duitse leger. Op 14 mei werd een
ultimatum gesteld: Rotterdam moest zich overgeven zoniet dan
zou volledige vernietiging plaatsvinden, ook van Utrecht,
Amsterdam en Den Haag. Nog voordat het ultimatum verlopen was
hebben Duitse bommenwerpers bijna 100 ton bommen laten vallen
op de binnenstad van Rotterdam.
Het duurde tot half augustus voordat met het bluswerk gestopt
kon worden.
600 mensen zijn omgekomen. 80 000 mensen raakten hun huizen en
bezittingen kwijt.
1. Monument voor de
mariniers
Dit beeld staat aan het
Oostplein. Het is gemaakt door de beeldhouwer Titus Leeser.
Het is een herinneringsmonument voor de gevallen mariniers die
de Maasbruggen hebben verdedigd. Hier hebben de gevechten
plaatsgevonden, bij het uitbreken van de oorlog. De
Maasbruggen vormden de belangrijkste verbinding tussen zuid (
waar het Duitse offensief begon) en centrum/noord. De bruggen
zijn nog niet zo lang geleden afgebroken.
2. 'De verwoeste stad' (Zadkine)
De beroemde beeldhouwer
Zadkine bracht in 1946 een bezoek aan Rotterdam en was onder
de indruk van wat hij aantrof: onmetelijke woestenij, een
zwart geblakerde en opengescheurde kerk (Laurenskerk),
vernietiging alom. Zadkine nam deze beelden mee en creëerde
zijn monument. In 1949 was het beeld voor het eerst te zien in
museum Boymans. Er kwamen felle reacties op, ook afkeuring.
Zadkine moest zijn werk toelichten. Het legt het onmenselijk
lijden, een schreeuw van afgrijzen en een les voor de toekomst
vast. Inmiddels wordt het algemeen beschouwd als een van de
indrukwekkendste monumenten. “De stad zonder hart” wordt
het ook wel genoemd.
Het beeld werd geschonken door de Bijenkorf, de gemeente heeft
alleen de sokkel en het plaatsen van het beeld betaald.
3. Monument voor de
Koopvaardij
Op 10 april 1957 is het beeld
door prinses Margriet onthuld. Het is gemaakt van Canadees
aluminium. Op het betonnen voetstuk staat de tekst: “Zij
hielden koers.” Het beeld werd na enige tijd uitgebreid met
een beeldengroep, die in 1965 klaar was. De beeldhouwer Caroso
heeft hiermee de offers die gebracht zijn en de betoonde moed
tot uitdrukking willen brengen. In de oorlog zijn 3310
opvarenden van Nederlandse schepen om het leven gekomen.
De Nederlandse koopvaardijschepen hebben vanaf het uitbreken
van de oorlog, waar ter wereld zij op dat moment ook waren,
deelgenomen aan de oorlogshandelingen en maakten deel uit van
de militaire vloot. Het is duidelijk dat de meeste opvarenden
hiervoor niet opgeleid waren.
4. Reliëfplastieken over
de geschiedenis van de jodenvervolging
De plastieken hangen aan de
muur van de gaanderij in de tuin van het stadhuis. Dit
monument heeft op zich een hele geschiedenis. Het toont
duidelijk aan dat er nauwelijks aandacht was voor het leed dat
de joodse Rotterdammers is aangedaan. De beelden zijn gemaakt
door de beeldhouwer Loeki Metz. Ze waren bedoeld voor aan de
muur van het synagogencomplex, maar zijn kort erna al
verwijderd. Een kleine minderheid van de joodse gemeente
maakte op religieuze gronden bezwaar tegen details van de
afbeeldingen (geen besneden beelden). Hierna begon een
moeizaam gesol met de beelden. Er raakte zelfs een plastiek
kwijt. De beeldhouwster deed de gemeente een proces aan om
alsnog de beelden geplaatst te krijgen. Ambtelijk werd
notabene geadviseerd de gasfabriek als locatie te nemen!
Uiteindelijk werden deze beelden in 1980 geplaatst in de tuin
van het stadhuis.
De joodse gemeente telde in
1940 13 000 leden. Er waren zes synagogen, waarvan de grootste
gevestigd waren aan de Boompjes en de Botersloot. Verder waren
er het gesticht van Ouden van Dagen in de Claes de Vrieselaan.
een joods ziekenhuis aan de Schietbaanlaan en een weeshuis aan
de Mathenesserlaan.
Ook in Rotterdam golden de speciale maatregelen tegen de
joden, die de nazi-bezetters hanteerden: in 1942 werd de
jodenster ingevoerd, die men verplicht moest dragen. Een
straatverbod, het verbod op de omgang met niet-joden, de
registratie van bezittingen en de blokkade van bankrekeningen
volgde. In juli 1942 kwamen de eerste oproepen voor de
zogenaamde “ tewerkstelling” in het buitenland. Velen
negeerden de oproep en verschenen niet op de bevolen tijd.
Daarop pakte de bezetters 700 mensen op als gijzelaar, onder
het dreigement dat ze naar een concentratiekamp in Duitsland
zouden worden getransporteerd, wanneer de eerder aangewezen
4000 personen zich niet zouden melden!
Een maand later werd bekend
gemaakt dat de joodse onderduikers naar het KZ Mauthausen in
Oostenrijk zouden worden overgebracht. Vele joodse mensen
begrepen toen wel dat hun de vernietigingsdood wachtte. Ook
voor niet-joodse mensen in Rotterdam was het glashelder dat
het hier om een misdadige opzet ging. Daarom hielpen velen om
hun joodse medeburgers te laten onderduiken. Met tussenpozen
van een paar dagen werden er telkens 2000 joden opgeroepen. Na
de oproep werd met sancties gedreigd in geval men niet kwam
opdagen. Gebruik van fiets en openbaar vervoer was hen toen al
verboden. Waardevolle eigendommen mochten niet worden
meegenomen, die eigende de bezetter zich toe.
5. Loods 24
Het verzamelpunt waar de
joodse Rotterdammers naar toe moesten was Loods 24, gelegen
langs een havenspoorlijn, niet ver van het Stieltjesplein. Het
loodsencomplex is inmiddels afgebroken. Een comité heeft zich
ingespannen om een herinneringsplaquette op die plaats te
krijgen. Er staat nu nog een klein stukje muur, met daarop de
plaquette.
6. Hal stadhuis
In de hal van het stadhuis
staat een groot beeld, het is gemaakt door de beeldhouwster J.H.
Hans. Dit beeld werd geschonken door koningin Wilhelmina. Het
is in 1951 onthuld door haar dochter Juliana. De drie meter
hoge David-figuur velt met zijn knots een adelaar. Op het
voetstuk staan de woorden “Sterker door strijd.” Dit
devies werd in 1948 aan de stad geschonken. Uit de toespraak
van Juliana: “Dit devies duidt zijn wezen aan. Het streed in
de oorlog, zoals heel Nederland streed, maar het leed
uitzonderlijk. Ook het leed betekende strijd. Door de wond van
Rotterdam, werd de kracht van Nederland gebroken. Dit is iets
anders dan zijn geestelijke kracht.”
7. Plastiek in het
hoofdbureau van politie
In het hoofdbureau van
politie aan het Haagse Veer is ook een plastiek aangebracht.
Dit monument herinnert aan 17.582 politieke gevangenen. Het
politiebureau werd als gevangenis gebruikt. Deze politieke
gevangenen hebben geleden voor de vrijheid. Een groot aantal
gevangenen is als gijzelaar gefusilleerd. In 1944 is er door
het verzet een overval gepleegd, waarbij 44 gevangenen werden
bevrijd. De leider van deze verzetsdaad is Samuel Esmeijer,
die later in Apeldoorn is opgepakt tijdens een andere
verzetsdaad en is gefusilleerd.
8. Monument op het
Stadhuisplein
Deze beeldengroep is gemaakt
door Mari Andriessen en werd onthuld op 5 mei 1945. Het is een
gedenkteken voor alle Rotterdammers die hun leven hebben
gegeven voor de vrijheid. Ieder jaar wordt op deze plaats op 4
mei de officiële centrale Dodenherdenking gehouden.
Voorafgaand daaraan is een bijeenkomst in de Laurenskerk.
De beeldengroep bestaat uit een vrouw, twee mannen en een
kind. De vrouw en het kind staan enigszins naar het stadhuis
gericht, het verleden. De twee mannen staan met de rug naar
het stadhuis. Het kind is de symbolische schakel tussen het
verleden en de toekomst. De middelste man kijkt naar de vrouw,
met de herinnering aan haar leed. Hij heeft zijn linkerarm tot
steun en met vertrouwen om de schouders van de tweede man
gelegd, die een schop draagt en volgt zijn makker op weg naar
de toekomst.
Overige gedenktekens en
monumenten
Door
de hele stad staan tal van beelden, zijn plaquettes en op
sommige plaatsen kruizen.
Niet in het centrum, maar wel interessant om te bezoeken:
- De begraafplaats in Crooswijk, waar onder andere een
gedenkteken is opgericht voor een actieve anti-fascistische
verzetsgroep.
- De joodse begraafplaats.
- Het monument van Truus Menger in Kralingen. Het monument is
opgedragen aan alle burgerslachtoffers van Rotterdam. De grote
steen, waar permanent water langs druppelt symboliseert het
vele leed. Dit monument kreeg door de beeldhouwster het motto
“de steen van de miljoenen tranen” mee.
|