Gekruid geluid
Nieuws en agenda
Verdieping en achtergrond
Didactiek en methodiek
Beleid en strategie
Begeleiding en training
Feiten en cijfers
Prikbord
Adressen en links
Colofon



Verdieping en achtergrond
 

       
Werkboek jeugdcultuur - theorie en praktijk
Gegevens
- Auteurs Hans Malschaert en Marinus Traas
- HB Uitgevers, Baarn, 2002
- Boek, 146 bladzijden
- Prijs € 16,25
- ISBN: 90 5574 343 7

Te leen bij het LBR, 010 201 02 01 of info@lbr.nl o.v.v. 174.02.01

Uittreksel
1.6 Kenmerken en functies van jeugdculturen

We maken onderscheid tussen kenmerken en functies van jeugdcultuur, hoewel deze uiteraard wel met elkaar samenhangen.

Onder kenmerken verstaan we de typische manier waarop jeugdculturen zich manifesteren, hoe zij te herkennen zijn. We gaan daarbij vooral beschrijvend te werk.

Onder functies verstaan we de betekenis en de gevolgen die jeugdcultuur heeft voor enerzijds de ontwikkeling van de individuele adolescent, anderzijds voor de samenleving en groepen en groeperingen daarin.

Waar we in hoofdstuk 2 over ‘jeugdstijlen’ vooral de afzonderlijke subculturen zullen bespreken, hebben we het hier voornamelijk over de gemeenschappelijke kenmerken.

Kenmerken

Een eerste kenmerk van jeugdcultuur is de verscheidenheid en de snelle verandering. Er is, zoals

reeds in de inleiding werd opgemerkt, geen sprake van één jeugdcultuur, maar van een grote diversiteit, die voor een deel samenhangt met de maatschappelijke of culturele groep waarvan de betreffende jongeren deel uitmaken. Vaak wordt dan ook gesproken van jeugdsubculturen. De jeugdsubculturen en de ‘attributen’ hiervan, zoals muziek en kleding, veranderen razend snel. Binnen vijfjaar lijkt een stijl of cultuur al zwaar verouderd. Niettemin zijn er bij vergelijking van jeugdsubculturen, zowel horizontaal als in de tijd, ook gemeenschappelijke factoren aan te wijzen. Deze hangen vaak samen met de hierna te bespreken functies.

Een tweede kenmerk zou men groepsconformisme kunnen noemen. Merkwaardig genoeg heeft dit conformisme de functie van zich te onderscheiden. Onderscheiden van ouderen en van andere groepen.

Er is sprake van twee soorten invloeden, of vormen van sociale controle, die het conformisme in de hand werken: grote bewegingen met bepaalde popgroepen en idolen als oriëntatiepunt (bijvoorbeeld punk, hardrock, skinhead) vormen een externe sociale controle. Concrete peergroups vormen een interne sociale controle. Wie foute kleren aan heeft, wordt bijvoorbeeld tot ‘lullo van de week’ gebombardeerd.

Een derde kenmerk is dat jeugdculturen samenhangen met, of liever inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Dit geldt zowel in positieve als in negatieve zin. De opkomst van protestbewegingen en de flowerpowerbeweging in de jaren zestig was ongetwijfeld verbonden met een gevoel van verontrusting en onbehagen bij een veel grotere bevolkingsgroep dan de jongeren. Het conservatisme en de politieke onverschilligheid die veel jeugdculturen in de jaren tachtig en negentig kenmerkten hing samen met een algemene ‘cultuur der tevredenheid’ (Galbraith), die in die tijd opgeld deed. De beweging van de ‘skinheads’ en andere extreem-rechtse jeugdculturen hadden een relatie met het opkomend fascisme in de jaren tachtig en de algemene teleurstelling in Duitsland over de gevolgen van de hereniging van West- en Oost-Duitsland. Kenmerkend is dat veel jeugdculturen zowel verzet tegen als verlengstuk van bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen zijn. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘antiglobalisten’, die actie voeren tegen vertechnologisering en verzakelijking van de maatschappij, maar daarbij wel gebruikmaken van de meest geavanceerde technische en communicatieapparatuur. En dat op internationale schaal.

Een vierde kenmerk is dat jeugdcultuur meestal de neiging heeft extreem te zijn. Dit hangt samen met de behoefte tot aftasten van grenzen. Dit komt ook tot uiting in het taalgebruik, dat een voorkeur laat zien voor one-liners en extreme uitspraken. (‘De wereld is een grote rotzooi’; ‘Fuck de Paus’; ‘Vuile vieze hypocrieten, sodemieter op, met je bestbedoelde bullshit aan m’n kop’ (Osdorp Posse), maar ook: ‘Jezus redt!’; Don’t worry, be happy’.) Het komt ook tot uiting in de kleding, die provocerend sexy (disco) is of juist niet (alto). Men zou kunnen zeggen dat deze neiging tot extremiteit een manier is om om te gaan met onzekerheid en het zoeken naar eigen identiteit.

Een vijfde kenmerk sluit hierbij aan, namelijk dat jeugdculturen meestal iets paradoxaals hebben. Ze zijn vaak vernieuwend én conservatief, grensoverschrijdend én ritualiserend. Een eenvoudig voorbeeld is dat ‘punks’ zich vaak steken in een semi-militair tenue, met soldatenkistjes en camouflagebroeken en tegelijk schoppen tegen alles wat met gezag en militarisme te maken heeft.

Een zesde kenmerk is dat jeugdcultuur over het algemeen idealistisch en hartstochtelijk is. Idealistisch dan vooral in de zin dat men weinig boodschap heeft aan de realiteit. Dat kan zowel betekenen het zich identificeren met bepaalde idealen, zoals het socialisme of extreem liberalisme, als het zich daartegen afzetten en het zich bekennen tot een ongebreideld individualisme (‘Life is just for fun’).

Bij dit idealisme en de hartstochteljkheid horen ook een neiging tot het vereren van helden of idolen. Dat kunnen zowel politieke figuren (Che Guevara of Bin Laden) zijn als popsterren (Eminem). Voor vele subculturen gelden weer eigen idolen en helden. Op deze neiging tot heldenverering speelden de nazi’s in bij het inlijven van de jeugdcultuur in het nationaal-socialisme. Veel recenter werd voor extreem-rechts skinheadzanger lan Stuart Donaldson na zijn overlijden een mythische figuur.

Een zevende kenmerk is creativiteit en luciditeit. Jeugdculturen spelen vaak een rol in folklore, het instandhouden van en inhoud geven aan eeuwenoude gebruiken, zoals het carnaval. Maar ook spelen zij een rol bij ontwikkeling van nieuwe vormen van kunst, met name muziek en theater. De meeste popmuziek is trouwens duidelijk een combinatie van muziek en theater.

Daarbij horen allerlei vormen van ritueel, maar ook speelt de roes en soms de extase een rol (‘uitje dak gaan’). Afhankelijk van het soort manifestatie zijn stimulerende middelen (XTC, alcohol) of verdovende middelen (hasj, heroïne) een manier om, op de klanken van de muziek, een roes te bereiken.

Men zou kunnen zeggen dat ook de massaliteit een roesverwekkende functie heeft. Grote massa’s bezoekers van popfestivals, maar ook van de EO-jongerendag, geven de bezoekers het gevoel boven zichzelf uit te stijgen.

Een achtste kenmerk hangt met het voorgaande samen: neiging tot mystiek en het zoeken naar zingeving. Dit verklaart de belangstelling binnen veel jeugdculturen voor religie in welke vorm ook, van traditioneel christelijk of islamitisch tot boeddhisme of esoterie.

Als negende kenmerk, dat hierbij aansluit, zou men ook kunnen denken aan het experimenteren met (nog) onbekende gedragingen en gevoelens, met name op het terrein van seksualiteit.

Ten slotte noemen we als tiende kenmerk nog speciaal het globaal georiënteerde en in die zin ook grensoverschrijdende karakter van jeugdcultuur. Invloeden en uitingsvormen verplaatsen zich wereldwijd. Bepaalde muziek en kleding, maar ook opvattingen duiken in 4e Verenigde Staten op en verplaatsen zich niet alleen naar Europa, maar ook naar Afrika en Rusland. Omgekeerd nemen jeugdculturen in de Verenigde Staten elementen van Zuid-Amerika, Europa of Israël over. De Noord-Afrikaanse raimuziek heeft een onmiskenbare invloed op popmuziek in Europa en elders. Er is dus sprake van vermenging van culturen. Daarbij speelt ongetwijfeld ook de reislust van jongeren een rol.

De wisselwerking tussen autonomie en verzet en commercialisering zouden we niet een kenmerk ‘van jeugdcultuur willen noemen, maar dit aspect speelt wel een belangrijke rol bij de ontwikkeling van vrijwel alle jeugdculturen. Veelal ontstaan jeugdculturen als verzet tegen de gevestigde volwassen maatschappij. Ze zetten zich hier op een geritualiseerde manier tegen af.

Maar de commercie weet zich hiervan steeds weer meester te maken door elementen van de jeugdculturen als amusement tegen betaling aan te bieden. Jongeren zijn immers ook een interessante doelgroep voor commercie. Omdat de commercie zich wil richten op zo groot mogelijke groepen worden jeugdculturen ontdaan van vele specifieke kenmerken, die anderen zouden kunnen afstoten. Bijvoorbeeld: een gabberhousemanifestatie, maar geen (rechtse) politiek.

Functies

Individueel

1. Jeugdcultuur helpt adolescenten zich los te maken van het ouderlijk milieu en een eigen identiteit te ontwikkelen.

2. Jeugdcultuur biedt een mogelijkheid om te experimenteren met gevoelens en gedragingen, zoals seksualiteit, maar ook uitlopende zaken als geweld, religie, sociale vaardigheid en dergelijke.

3. Jeugdcultuur geeft de mogelijkheid aan jongeren om te leren omgaan met problemen. Veel jongeren in de adolescentie hebben last van eenzaamheidsgevoelens, depressiviteit, zelfdodingfantasieën en een negatief zelfbeeld. Dit kan tot allerlei ernstige problemen leiden van eetproblemen tot extreme agressie. Allerlei vormen van jeugdcultuur - muziek, bepaalde teksten van songs, alsmede extreme kleding en gezamenlijke gedragingen - bieden de mogelijkheid om op een geritualiseerde manier deze negatieve gevoelens te uiten.

4. Jeugdcultuur biedt een context voor het zoeken naar contacten met leeftijdsgenoten en het vinden van een partner (‘huweljksmarkt’) los van het ouderlijk milieu en aansluitend bij de eigen voorkeur (bijvoorbeeld de ‘homoscene’).

Maatschappelijk

1. Jeugdcultuur kan bepaalde vernieuwingsbewegingen in de maatschappij een eigen vorm geven, vaak redelijk extreem. Door deze extremiteit komt een bepaald item, bijvoorbeeld milieu in de jaren zestig, verzet tegen doorgeschoten globalisering recent, gemakkelijker in de publiciteit en dus in de openbare discussie.

2. Jeugdcultuur kan door zijn voorliefde voor ritueel en zingeving een bijdrage leveren aan het instandhouden van gebruiken en rituelen, folklore, binnen bepaalde gemeenschappen.

3. Jeugdcultuur kan door zijn voorliefde voor experiment en non-conformisme een rol spelen bij vernieuwing en doorbraken in de kunst. Veel literaire bewegingen en kunststromingen hebben een oorsprong in vormen van jeugdcultuur.

4. Jeugdcultuur heeft door zijn globaliserende karakter een rol in het verspreiden van ideeën en gedragswijzen over de hele wereld.

Verder kijken

Te leen bij het LBR, 010 201 02 01 of info@lbr.nl o.v.v. 174.02.01

Te koop in de boekhandel