|
1.6 Kenmerken en functies van
jeugdculturen
We maken onderscheid tussen kenmerken en functies van
jeugdcultuur, hoewel deze uiteraard wel met elkaar
samenhangen.
Onder kenmerken verstaan we de typische manier waarop
jeugdculturen zich manifesteren, hoe zij te herkennen zijn. We
gaan daarbij vooral beschrijvend te werk.
Onder functies verstaan we de betekenis en de gevolgen die
jeugdcultuur heeft voor enerzijds de ontwikkeling van de
individuele adolescent, anderzijds voor de samenleving en
groepen en groeperingen daarin.
Waar we in hoofdstuk 2 over ‘jeugdstijlen’ vooral de
afzonderlijke subculturen zullen bespreken, hebben we het hier
voornamelijk over de gemeenschappelijke kenmerken.
Kenmerken
Een eerste kenmerk van jeugdcultuur is de verscheidenheid
en de snelle verandering. Er is, zoals
reeds in de inleiding werd opgemerkt, geen sprake van één
jeugdcultuur, maar van een grote diversiteit, die voor een
deel samenhangt met de maatschappelijke of culturele groep
waarvan de betreffende jongeren deel uitmaken. Vaak wordt dan
ook gesproken van jeugdsubculturen. De jeugdsubculturen en de
‘attributen’ hiervan, zoals muziek en kleding, veranderen
razend snel. Binnen vijfjaar lijkt een stijl of cultuur al
zwaar verouderd. Niettemin zijn er bij vergelijking van
jeugdsubculturen, zowel horizontaal als in de tijd, ook
gemeenschappelijke factoren aan te wijzen. Deze hangen vaak
samen met de hierna te bespreken functies.
Een tweede kenmerk zou men groepsconformisme kunnen
noemen. Merkwaardig genoeg heeft dit conformisme de functie
van zich te onderscheiden. Onderscheiden van ouderen en van
andere groepen.
Er is sprake van twee soorten invloeden, of vormen van
sociale controle, die het conformisme in de hand werken: grote
bewegingen met bepaalde popgroepen en idolen als
oriëntatiepunt (bijvoorbeeld punk, hardrock, skinhead) vormen
een externe sociale controle. Concrete peergroups
vormen een interne sociale controle. Wie foute kleren aan
heeft, wordt bijvoorbeeld tot ‘lullo van de week’
gebombardeerd.
Een derde kenmerk is dat jeugdculturen samenhangen
met, of liever inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen.
Dit geldt zowel in positieve als in negatieve zin. De
opkomst van protestbewegingen en de flowerpowerbeweging in de
jaren zestig was ongetwijfeld verbonden met een gevoel van
verontrusting en onbehagen bij een veel grotere
bevolkingsgroep dan de jongeren. Het conservatisme en de
politieke onverschilligheid die veel jeugdculturen in de jaren
tachtig en negentig kenmerkten hing samen met een algemene ‘cultuur
der tevredenheid’ (Galbraith), die in die tijd opgeld deed.
De beweging van de ‘skinheads’ en andere extreem-rechtse
jeugdculturen hadden een relatie met het opkomend fascisme in
de jaren tachtig en de algemene teleurstelling in Duitsland
over de gevolgen van de hereniging van West- en Oost-Duitsland.
Kenmerkend is dat veel jeugdculturen zowel verzet tegen als
verlengstuk van bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen zijn.
Een voorbeeld hiervan zijn de ‘antiglobalisten’, die actie
voeren tegen vertechnologisering en verzakelijking van de
maatschappij, maar daarbij wel gebruikmaken van de meest
geavanceerde technische en communicatieapparatuur. En dat op
internationale schaal.
Een vierde kenmerk is dat jeugdcultuur meestal de
neiging heeft extreem te zijn. Dit hangt samen met de
behoefte tot aftasten van grenzen. Dit komt ook tot uiting in
het taalgebruik, dat een voorkeur laat zien voor one-liners
en extreme uitspraken. (‘De wereld is een grote rotzooi’;
‘Fuck de Paus’; ‘Vuile vieze hypocrieten, sodemieter op,
met je bestbedoelde bullshit aan m’n kop’ (Osdorp Posse),
maar ook: ‘Jezus redt!’; Don’t worry, be happy’.) Het
komt ook tot uiting in de kleding, die provocerend sexy
(disco) is of juist niet (alto). Men zou kunnen zeggen dat deze
neiging tot extremiteit een manier is om om te gaan met
onzekerheid en het zoeken naar eigen identiteit.
Een vijfde kenmerk sluit hierbij aan, namelijk dat
jeugdculturen meestal iets paradoxaals hebben. Ze zijn
vaak vernieuwend én conservatief, grensoverschrijdend én
ritualiserend. Een eenvoudig voorbeeld is dat ‘punks’ zich
vaak steken in een semi-militair tenue, met soldatenkistjes en
camouflagebroeken en tegelijk schoppen tegen alles wat met
gezag en militarisme te maken heeft.
Een zesde kenmerk is dat jeugdcultuur over het
algemeen idealistisch en hartstochtelijk is.
Idealistisch dan vooral in de zin dat men weinig boodschap
heeft aan de realiteit. Dat kan zowel betekenen het zich
identificeren met bepaalde idealen, zoals het socialisme of
extreem liberalisme, als het zich daartegen afzetten en het
zich bekennen tot een ongebreideld individualisme (‘Life
is just for fun’).
Bij dit idealisme en de hartstochteljkheid horen ook een
neiging tot het vereren van helden of idolen. Dat kunnen zowel
politieke figuren (Che Guevara of Bin Laden) zijn als
popsterren (Eminem). Voor vele subculturen gelden weer eigen
idolen en helden. Op deze neiging tot heldenverering speelden
de nazi’s in bij het inlijven van de jeugdcultuur in het
nationaal-socialisme. Veel recenter werd voor extreem-rechts
skinheadzanger lan Stuart Donaldson na zijn overlijden een
mythische figuur.
Een zevende kenmerk is creativiteit en
luciditeit. Jeugdculturen spelen vaak een rol in folklore,
het instandhouden van en inhoud geven aan eeuwenoude
gebruiken, zoals het carnaval. Maar ook spelen zij een rol bij
ontwikkeling van nieuwe vormen van kunst, met name muziek en
theater. De meeste popmuziek is trouwens duidelijk een
combinatie van muziek en theater.
Daarbij horen allerlei vormen van ritueel, maar ook speelt
de roes en soms de extase een rol (‘uitje dak gaan’).
Afhankelijk van het soort manifestatie zijn stimulerende
middelen (XTC, alcohol) of verdovende middelen (hasj,
heroïne) een manier om, op de klanken van de muziek, een roes
te bereiken.
Men zou kunnen zeggen dat ook de massaliteit een
roesverwekkende functie heeft. Grote massa’s bezoekers van
popfestivals, maar ook van de EO-jongerendag, geven de
bezoekers het gevoel boven zichzelf uit te stijgen.
Een achtste kenmerk hangt met het voorgaande samen: neiging
tot mystiek en het zoeken naar zingeving. Dit verklaart de
belangstelling binnen veel jeugdculturen voor religie in welke
vorm ook, van traditioneel christelijk of islamitisch tot
boeddhisme of esoterie.
Als negende kenmerk, dat hierbij aansluit, zou men
ook kunnen denken aan het experimenteren met (nog)
onbekende gedragingen en gevoelens, met name op het terrein
van seksualiteit.
Ten slotte noemen we als tiende kenmerk nog speciaal
het globaal georiënteerde en in die zin ook
grensoverschrijdende karakter van jeugdcultuur. Invloeden en
uitingsvormen verplaatsen zich wereldwijd. Bepaalde muziek en
kleding, maar ook opvattingen duiken in 4e Verenigde Staten op
en verplaatsen zich niet alleen naar Europa, maar ook naar
Afrika en Rusland. Omgekeerd nemen jeugdculturen in de
Verenigde Staten elementen van Zuid-Amerika, Europa of Israël
over. De Noord-Afrikaanse raimuziek heeft een onmiskenbare
invloed op popmuziek in Europa en elders. Er is dus sprake van
vermenging van culturen. Daarbij speelt ongetwijfeld ook de
reislust van jongeren een rol.
De wisselwerking tussen autonomie en verzet en
commercialisering zouden we niet een kenmerk ‘van
jeugdcultuur willen noemen, maar dit aspect speelt wel een
belangrijke rol bij de ontwikkeling van vrijwel alle
jeugdculturen. Veelal ontstaan jeugdculturen als verzet tegen
de gevestigde volwassen maatschappij. Ze zetten zich hier op
een geritualiseerde manier tegen af.
Maar de commercie weet zich hiervan steeds weer meester te
maken door elementen van de jeugdculturen als amusement tegen
betaling aan te bieden. Jongeren zijn immers ook een
interessante doelgroep voor commercie. Omdat de commercie zich
wil richten op zo groot mogelijke groepen worden jeugdculturen
ontdaan van vele specifieke kenmerken, die anderen zouden
kunnen afstoten. Bijvoorbeeld: een gabberhousemanifestatie,
maar geen (rechtse) politiek.
Functies
Individueel
1. Jeugdcultuur helpt adolescenten zich los te maken van
het ouderlijk milieu en een eigen identiteit te ontwikkelen.
2. Jeugdcultuur biedt een mogelijkheid om te experimenteren
met gevoelens en gedragingen, zoals seksualiteit, maar ook
uitlopende zaken als geweld, religie, sociale vaardigheid en
dergelijke.
3. Jeugdcultuur geeft de mogelijkheid aan jongeren om te
leren omgaan met problemen. Veel jongeren in de adolescentie
hebben last van eenzaamheidsgevoelens, depressiviteit,
zelfdodingfantasieën en een negatief zelfbeeld. Dit kan tot
allerlei ernstige problemen leiden van eetproblemen tot
extreme agressie. Allerlei vormen van jeugdcultuur - muziek,
bepaalde teksten van songs, alsmede extreme kleding en
gezamenlijke gedragingen - bieden de mogelijkheid om op een
geritualiseerde manier deze negatieve gevoelens te uiten.
4. Jeugdcultuur biedt een context voor het zoeken naar
contacten met leeftijdsgenoten en het vinden van een partner (‘huweljksmarkt’)
los van het ouderlijk milieu en aansluitend bij de eigen
voorkeur (bijvoorbeeld de ‘homoscene’).
Maatschappelijk
1. Jeugdcultuur kan bepaalde vernieuwingsbewegingen in de
maatschappij een eigen vorm geven, vaak redelijk extreem. Door
deze extremiteit komt een bepaald item, bijvoorbeeld milieu in
de jaren zestig, verzet tegen doorgeschoten globalisering
recent, gemakkelijker in de publiciteit en dus in de openbare
discussie.
2. Jeugdcultuur kan door zijn voorliefde voor ritueel en
zingeving een bijdrage leveren aan het instandhouden van
gebruiken en rituelen, folklore, binnen bepaalde
gemeenschappen.
3. Jeugdcultuur kan door zijn voorliefde voor experiment en
non-conformisme een rol spelen bij vernieuwing en doorbraken
in de kunst. Veel literaire bewegingen en kunststromingen
hebben een oorsprong in vormen van jeugdcultuur.
4. Jeugdcultuur heeft door zijn globaliserende karakter een
rol in het verspreiden van ideeën en gedragswijzen over de
hele wereld.
|