Dit proefschrift opent met schetsen over: Veranderend Nederland; Veranderend onderwijs; en Veranderingen in het denken over God. Verder wordt aandacht besteed aan: Religieuze opvoeding en ontwikkeling; en aan: Christelijke, islamitisch en interreligieus leren.
Voor het longitudinaal onderzoek van dit proefschrift werden kinderen van twee basisscholen vanaf het moment dat ze in groep zes zaten, tien jaar lang gevolgd in hun religieuze ontwikkeling binnen de multiculturele en multireligieuze context waarin ze leven, opgroeien en leren. Eén school was een basisschool die interreligieusiteit uitdrukkelijk tot haar levensbeschouwelijke grondslag had gemaakt, de andere was een basisschool op protestants-christelijke grondslag.
Aan de hand van veertien verschillende onderzoeksinstrumenten is geluisterd naar wat zij in de loop der jaren in reactie op vertelde (religieuze) verhalen en uit zichzelf over God vertellen. Daaruit is gebleken dat kinderen van beide scholen in de onderzoeksperiode veranderen in hun denken ten aanzien van God en godsdienst. Zo ontstaat zicht op hoe interreligieus leren mogelijk van invloed is op de ontwikkeling van een
godsconcept.
Toch blijkt de vraag of er verschil is in verandering tussen leerlingen van beide onderzochte scholen uiteindelijk moeilijker te beantwoorden.
Er is tussen christelijk en islamitisch opgevoede kinderen met name verschil op het punt van religieuze betrokkenheid, maar daarop kunnen verschillende variabelen van invloed zijn. Als alle gegevens op een rij worden gezet, meent de onderzoekster waar te nemen, dat kinderen van de interreligieuze school meer exploratief gedrag hebben en vaker godsdienst belangrijk vinden in hun leven. Bovendien blijkt de rol van de moeders daarin tweeledig: zij zijn 'belangrijke ander' in de primaire (godsdienstige) socialisatie én zij blijken een doorslaggevende stem te hebben in de schoolkeuze. Tegelijk blijken de veranderingen in het zelfbeeld van de leerlingen weinig uit elkaar te lopen.
De onderzoeksresultaten geven de auteur aanleiding tot voorzichtig optimisme ten aanzien van het interreligieus leren, juist als stimulans voor de religieuze ontwikkeling in de levensbeschouwelijke traditie waarin de kinderen van huis uit staan. En het verwondert dan ook niet dat nauwere betrokkenheid van ouders wordt aanbevolen bij de schoolse opvoeding van hun kinderen, met name ook op levensbeschouwelijk gebied.
|