|
Intercultureel onderwijs en gemeentelijk beleid
In onze multi-etnische samenleving leven mensen van diverse
achtergrond samen. De verschillen in achtergrond en de daarmee
samenhangende opvattingen leiden soms tot wederzijds onbegrip
tussen bevolkingsgroepen. Spanningen worden vaak zichtbaar
in het (voortgezet) onderwijs omdat jongeren van verschillende
achtergrond bij elkaar op school zitten.
De school heeft dan ook een centrale positie bij het verbeteren
van de omgang en de communicatie tussen bevolkingsgroepen.
Het is daarom niet vreemd dat intercultureel onderwijs (ICO)
op ruim eenderde van de scholen onderdeel is van de lesinhoud.
Op 65% van de scholen is echter weinig aandacht voor interculturele
aspecten. Om de relatie tussen school en omgeving te verbeteren
kan de gemeente een rol spelen. Het gemeentelijk beleid heeft
raakvlakken met ICO op het gebied van begeleide schoolkeuze
en ouderbetrokkenheid in het onderwijs, kunst en cultuur,
peuterspeelzaalwerk, bibliotheekwerk en volwasseneneducatie.
Achtergrond
In 1994 werd de projectgroep ICO in het leven geroepen. Deze
projectgroep kreeg als taak ICO een nieuwe impuls te geven.
De projectgroep schreef diverse rapporten en deed in haar
eindverslag een aantal aanbevelingen. Een van de aanbevelingen
betrof de relatie school en omgeving. Het bleek onvoldoende
uitgekristalliseerd welke rol gemeenten hebben bij het inspelen
op interculturalisering.
Raakvlakken ICO met het gemeentelijk beleid
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een analyse
gemaakt van gemeentelijke beleidsterreinen die een raakvlak
hebben met ICO. Tijdens het inventariseren van gemeentelijke
initiatieven bleek al gauw dat gemeenten met name indirect
met ICO te maken hebben. Facetten van lokaal beleid hebben
sterke raakvlakken met ICO. Het is geen doel op zich, maar
kan een gewenst gevolg zijn van lokaal beleid.
Er zijn zes thema's te onderscheiden die als gemeentelijke
aanknopingspunten kunnen fungeren.
1. Ouderbetrokkenheid
Verschillende scholen, met name in de grotere gemeenten, zijn
getransformeerd naar volledig zwarte scholen. Nadat meer allochtone
leerlingen werden ingeschreven op de desbetreffende scholen
vertrokken de witte leerlingen. Met het vertrek van de autochtone
kinderen vertrekken ook veel actieve ouders die helpen bij
het niveaulezen, het overblijven en bij andere activiteiten
die essentieel zijn op school. Betrokkenheid van de allochtone
ouders, werd dan ook zeer belangrijk. Niet alleen de school
is verantwoordelijk voor het onderwijs aan de kinderen, ook
ouders hebben hier een verantwoordelijkheid. Kennis van het
schoolsysteem door ouders, en andersom de inzet van allochtone
ouders bij het onderwijs aan de kinderen heeft een wederzijds
emanciperend effect.
Waar betrokkenheid van ouders voor de instandhouding van de
ondersteuningsstructuur essentieel is, is het dus ook een
kans om ouders inhoudelijk te betrekken bij het onderwijs
aan hun kinderen.
2. Diversiteit in kunst en cultuur
De staatssecretaris van Cultuur wil met zijn cultuurnota Cultuur
als confrontatie 2001-2004, waarin de lijnen worden uitgezet
voor de periode tot 2004, cultuur aantrekkelijk maken voor
een breed en gevarieerd publiek. De nadruk komt meer te liggen
op culturele diversiteit en investeren in jeugd. Kunst overbrugt
cultuurverschillen. De gemeente kan vanuit deze redenering
kunst- en cultuuruitingen aanbieden aan scholieren. Het leggen
van verbanden tussen verschillende culturen ligt dan voor
de hand. Zo krijgt intercultureel onderwijs kleur door het
bijdragen aan wederzijds begrip.
3. Begeleide schoolkeuze
Regelmatig verschijnen onderzoeken waarin wordt aangetoond
dat de segregatie in het onderwijs langs etnische scheidslijnen
verder is toegenomen. Gemeenten willen eenzijdigheid voorkomen,
omdat het integratie belemmert en kinderen minder eenvoudig
van elkaars normen en waarden kunnen leren. Een aantal gemeenten
probeert daarom kinderen te spreiden over scholen.
Het spreiden van kinderen is lastig, omdat de vrijheid van
schoolkeuze een basisbeginsel is dat ten grondslag ligt aan
het Nederlandse onderwijsbestel. Gemeenten kunnen wel gebruikmaken
van stimulering en adequate informatievoorziening, om op basis
van streefpercentages het spreidingsbeleid te baseren op samenwerking
tussen gemeente, schoolbesturen en ouders. Naast het stimuleren
van ouders is het namelijk met name van belang dat scholen
inzien dat heterogene scholen, die een afspiegeling zijn van
de wijk of van de lokale samenleving kinderen het best voorbereidt
op de toekomst.
4. Voorschoolse educatie en peuterspeelzaalwerk
Steeds vaker wordt de voorschoolse periode door gemeenten
en partners aangegrepen om kinderen nog voor zij leerplichtig
zijn voldoende bagage mee te geven om een goede start te kunnen
maken op de basisschool. Zeker wat betreft taalondersteuning
wordt de voorschoolse periode gezien als belangrijke periode
Allochtone kinderen blijken in vergelijking met leeftijdgenoten
vaak met een taalachterstand van twee jaar in groep 1 van
de basisschool te komen. Een taalachterstand die zij in groep
8 nauwelijks ingelopen hebben.
Om de gebrekkige taalontwikkeling van met name allochtone
kinderen reeds in een vroeg stadium te verbeteren, wordt in
de voorschoolse periode aandacht besteed aan taalondersteuning.
Veel gemeenten zoeken in de voorschoolse periode nadrukkelijk
de koppeling met de opvoeding door de ouders als voorbereiding
op de basisschool. Dit gebeurt door koppeling van de peuterspeelzalen
met opvoedingsondersteuningscursussen voor ouders (moeders).
5. Interculturalisatie in volwasseneneducatie
Met de invoering van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB)
ontvangen gemeenten de rijksmiddelen voor Nederlands als tweede
taal (NT2), voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo)
en basiseducatie om deze in te zetten bij een regionaal opleidingencentrum
(ROC). Tussen beide partijen is sprake van een inkooprelatie.
Met de cursussen die de gemeente inkoopt, tracht de gemeente
tegemoet te komen aan de lokale vraag naar educatie. Deze
vraag komt van een zeer heterogeen samengestelde doelgroep,
met grote verschillen in leertempo en gewenst eindniveau.
De gemeente legt met haar inkoop accenten op basis van gemeentelijke
beleidsdoelen. Zo worden cursussen ingekocht waarin deelnemers
worden voorbereid op de arbeidsmarkt. Ook kan algemene ontplooiing
een doel zijn of worden cursussen gericht op taalondersteuning
en emancipatie van (allochtone) ouders. De heterogeen samengestelde
volwasseneneducatie leent zich goed voor interculturalisering.
Aan volwasseneneducatie neemt immers een breed scala aan personen
deel. Met name de basiseducatie wordt steeds veelkleuriger.
6. Bibliotheek en gemeentelijk beleid
In 1997 heeft de vereniging NBLC, de landelijke brancheorganisatie
van bibliotheken, de brochure De bibliotheek als bondgenoot
uitgebracht. In deze handreiking worden bibliotheekdirecties
en -besturen aangemoedigd zich te presenteren als overleg-
en samenwerkingspartner voor onderwijs- en welzijnsinstellingen
in het kader van de Wet Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid
(GOA). De gemeente bekostigt de plaatselijke bibliotheek en
bepaalt door middel van het subsidie-instrument de prioriteiten
in het lokaal bibliotheekwerk. Als bondgenoot in het lokaal
onderwijsbeleid kunnen bibliotheken een belangrijke rol spelen
bij het bestrijden van leesachterstanden en het verkrijgen
van expertise en aanbod op het gebied van taalondersteuning.
In de beleidsnota Leren voor het leven geeft de NBLC aan grote
waarde te hechten aan ICO op scholen, niet specifiek gericht
op achterstanden, maar gericht op de verhouding tussen etniciteiten.
De openbare bibliotheek kan hierbij een brugfunctie vervullen
tussen lokaal onderwijsbeleid en cultuurbeleid.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Roeland Buijsse
April 2002
|