|
|
 |
|
|
 |
| Gegevens |
Auteur/redactie: Inspectie van het Onderwijs
Uitgave: Utrecht: Inspectie van het Onderwijs, oktober 2007
Besteladres: gratis te downloaden via http://www.onderwijsinspectie.nl/html/
ivhointernet/document_download.cfm?doc=C88366E7-AB15-4EBE-B53B
BE8600A5505C.PDF&doc_name=Onderadvisering%20in%20beeld%20
(printversie) |
| Samenvatting |
Naar aanleiding van berichten die begin 2007 verschenen over lagere vo-adviezen van allochtone leerlingen op basisscholen in de gemeente Amsterdam en een verzoek van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om na te gaan hoe dat landelijk ligt, heeft de inspectie onderzocht in hoeverre sprake is van onderadvisering van leerlingen uit allochtone groepen.
Er zijn geen aanwijzingen dat leerlingen uit allochtone groepen in Nederland bij het verlaten van de basisschool substantieel en systematisch lagere adviezen voor het voortgezet onderwijs krijgen. Ook worden ze niet hoger geadviseerd.
Toch bestaan er verschillen in de adviezen van leerlingen uit uiteenlopende groepen. Zo krijgen leerlingen uit migrantengroepen en uit lagere sociaaleconomische milieus gemiddeld lagere adviezen. Deze zijn het gevolg van verschillen in de tijdens het basisonderwijs behaalde resultaten: naarmate de leerprestaties hoger zijn, worden hogere adviezen gegeven. Het prestatieniveau is dus verreweg de belangrijkste factor bij de advisering voor voortgezet onderwijs.
Andere factoren spelen slechts een beperkte rol. Zo krijgen meisjes, intelligentere leerlingen, leerlingen die niet zijn blijven zitten en kinderen van hoger opgeleide ouders - bij een gelijk prestatieniveau - iets hogere adviezen. Het gaat echter om zeer bescheiden verschillen.
Onderadvisering is een ongewenst verschijnsel en leidt vaak tot achterstand die niet meer wordt ingelopen. De inspectie constateert dan ook dat onderadvisering een serieus te nemen knelpunt vormt. |
| Verder kijken |
| http://www.onderwijsinspectie.nl/nl/home/naslag/publicaties/Onderadvisering
_in_beeld |
|
|